Search Messiah's

Living the Reformed Faith in the Real World SundayAug18, 2019
Statements of Faith
Calendar
Ministries
Conferences featuring Steve Schlissel
Order Books and Tapes by Steve Schlissel
Support Us
Messiah's Ministries Council and Staff
Contact Us
Back Pages
Photo Albums
Links
Maps & Directions
Media
Sister Churches

print page

Quotes We Like!
Great stuff, can't get enough. Please keep SS close to the mike when he's preaching. Hate to miss even one word of his sermons.
-- T.O. (Internet)


 

 Navigation key

The Article Archives
Topic: Sermon Transcriptions - DUTCH

De Sabbat, Deel IV: Van Sabbat naar de Dag des Heren

September 19, 2005
Rev. Steve Schlissel
tweet this  share this on facebook  



“…(niet slechts?) Christenen, niet slechts de Joden, maar alle mensen, zijn gebonden aan het Sabbatsgebod. Hij heeft in het bijzonder van elke zeven dagen één dag apart gezet, de Sabbat, die heilig gehouden moet worden voor de Here, welke dag vanaf het begin van de wereld tot aan de opstanding van de Messias de laatste dag van de week was, en welke dag vanaf de opstanding van de Messias werd veranderd in de eerste dag van de week, die in de Schrift de Dag des Heren wordt genoemd en dat tot aan het einde van de wereld, en welke dag bekend is geworden als de Christelijke Sabbat.”

Dit is het standpunt waarvoor wij nu een aantal weken pleiten en ik zou graag deze discussie willen voortzetten en vanavond daarmee eindigen door op een specifiek aspect te wijzen en de reden daarvan aan te geven.

Tot dusverre hebben wij u in onze Sabbat studie gewezen op de haast ongelofelijke veronachtzaming ten aanzien van dit gebod, waarvan Gods volk, de Christelijke gemeenschap, blijk geeft. De meeste gelovigen die ik om mij heen ken bekommeren zich niet zo om de Dag des Heren. Deze dag wordt niet alleen apart gezet en geheiligd voor persoonlijke en gezamenlijke aanbidding van God. Het wordt ook afgezonderd voor football, voor vermaak, vrijtijdbesteding, honkbal, activiteiten, voor allerlei zaken, maar weinig gelovigen die ik ken  -wellicht zijn er enkele oudere gezinnen van andere kerken die zich er wel op die manier aan houden – zeer weinig mensen uit onze kringen die wij kennen beschouwen de Sabbat als een goddelijke, blijvende, morele verplichting voor gelovigen. Maar wat zegt de Schrift? Daar hebben we naar gekeken. Wat zegt de Bijbel? Niet, wat zeggen onze vrienden? Niet, wat zeggen de Zevende Dag Adventisten? Niet, wat zegt deze? Maar: wat zegt de Bijbel?

En terwijl wij de bijbel bestudeerd hebben, hebben we aardig wat geleerd. Wij (en zeker ook ik) hebben niet alleen voortdurend de door God vastgestelde heilige dag ontheiligd, wij hebben tevens degenen geminacht, die God hierin eren, door hen wettisch te noemen.
Wij vinden mensen die zich houden aan de Sabbat op een of andere manier bijzonder wettisch, terwijl zij, die geen moord begaan op iemand, niet wettisch zijn, maar gewoon gehoorzaam. En degenen die geen overspel plegen zijn niet wettisch, maar gewoon gehoorzaam. Maar als je je houdt aan de Sabbat, nou, dan ben je wettisch. Dat is een interessante ongelijkheid. En het is niet zonder reden dat het zo is geworden.

Andere mensen hebben gewezen op de opmerkelijke historische samenhang en evenredigheid tussen loyaliteit jegens het Sabbatsgebod en de kracht van de praktische godsdienst van een volk. Anders gezegd, hoe meer één dag per zeven in acht genomen en geheiligd wordt onder het volk, hoe geestelijker dat volk is. Er is een uitgesproken overeenkomst tussen de naleving van het Sabbatsgebod en de geestelijke levenswandel van een natie, de geestelijke wandel van een hele natie, om maar te zwijgen over iemands individuele geestelijke wandel, of die van een gezin, of de geestelijke wandel van een kerk, omdat God dit nu eenmaal zo bepaald heeft.
Wij zijn gemaakt om Gods patroon te volgen om eens in de zeven dagen Hem te aanbidden.

Nu is het interessant dat het begin van de aftakeling van de Sabbat eigenlijk al aanwezig was ten tijde van Calvijn, en Johannes Calvijn behoorde tot diegenen die aan het verval van de Sabbat bijdroegen door in zijn Institutie  van mening te zijn dat het Sabbatsgebod meer een voorafschaduwing was dan fundamenteel. En wat houdt dat in? Dat houdt in, dat wanneer Calvijn naar de Sabbat keek, hij zei, dat God ons probeerde te laten zien dat wij in de Sabbat vooruit kijken naar de rust van onze eigen werken in de behoudenis, en toen Jezus vervolgens kwam, Jezus de Sabbat vervulde, en dat het Sabbatsgebod daarom niet langer bindend is jegens de mens. Maar, zei hij, omdat wij nu eenmaal voor de aanbiddingsdienst moeten samenkomen zouden we dit net zo goed op een Zondag kunnen doen als op elke andere dag (het zou best Dinsdags kunnen), echter Calvijn dacht dat Zondag daarvoor wel geschikt was, daar de Here op de eerste dag der week was opgestaan uit de dood. En de kerk moet tenslotte enige vorm van orde bewaren, dus de kerk kan Zondag uitkiezen, en daarom zouden de mensen de Dag des Heren in ere moeten houden door op die dag voor de dienst des Heren samen te komen. Maar de fout daarin is, dat als de Sabbat niet een door God opgelegde verplichting is, als het niet bindend is omdat God dat zegt, dan mag van de mens niet verwacht worden dat hij daarnaar luistert. Het is al moeilijk genoeg mensen zover te krijgen dat zij luisteren naar wat God zegt, laat staan dat je ze zover krijgt dat zij naar mensen luisteren.

Zodoende zijn we op dit punt aanbeland, en deze twee zijn beide gereformeerde standpunten, de presbyteriaanse en de continentale, welke de positie van Calvijn was danwel daarop leek, en deze zijn binnengedrongen in Amerika, en werden niet onder ogen gezien, en de Sabbat is in een losgeslagen toestand terechtgekomen, en de achting voor de Sabbat is behoorlijk achteruit gegaan tot op het punt dat deze dag door de meeste hedendaagse Christenen wordt ontheiligd zonder daar een moment bij stil te staan.

Maar als wij kijken naar wat er in de Bijbel staat leren we dat de Sabbat, d.w.z., de zevende dag van rust, de rust op de zevende dag, hoewel bezwaard met bepaalde regels en straffen die aan het Mozaïsche systeem eigen waren, toen deze opnieuw werd ingesteld op de berg Sinai, niettemin een scheppingsverordening was. Laten we dit eens langs een tijdlijn bekijken.
Toen de Sabbat werd ingesteld hier bij de schepping, was die al bindend voor alle mensen in alle tijden. Als we aankomen bij de wet van Mozes en de Sabbat opnieuw ingesteld wordt, wordt deze omgeven door allerlei regels en voor de schending ervan worden straffen toegevoegd. Toen de Messias kwam werden deze straffen en de verscheidene lasten waarmee de Sabbat was omgeven aan de kant geschoven als onderdeel van het werk van de Messias bij de wisseling van de tijdperken. Maar de Sabbat zelf was niet terzijde geschoven, omdat de Sabbat een scheppingsverordening was. Zoals de Here Jezus zei, de Sabbat was gemaakt voor de mens. De Sabbat was gemaakt voor de mensheid, zo staat het in de Griekse tekst, gemaakt voor mensen, niet voor de Joden. Hij zei niet dat die gemaakt was voor de Joden. Hij zei dat het was gemaakt voor de mensheid. Het was geschapen ten voordele van de mens.
Het bewijs hiervan, naast de woorden van Jezus die ons alle bewijs leveren die wij nodig hebben, vinden we echter ook in Exodus 20 waar in vers 10 gezegd wordt “maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen,” maar niet alleen gij, “gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, noch uw vee,” de dieren waren niet Joods, “noch de vreemdeling die in uw steden woont.” Nu moest de vreemdeling die in uw steden woont, dat wil zeggen ieder mens, zich aan het Sabbatsgebod houden voorzover het in de macht van het theocratische koninkrijk lag om daarop toe te zien.
Derhalve was de Sabbat voor iedereen bedoeld, niet alleen voor de Jood. Dit is erg belangrijk, want het was de vreemdeling niet toegestaan te eten van het Pascha. En het was de dieren zeker niet toegestaan om van het Pascha te eten. En zij werden niet toegelaten in de tempeldienst. Dus als het (de Sabbat) strikt een typologische verordening was, zouden de heidenen daarvan uitgesloten zijn geweest. Maar omdat het een gebod voor de gehele mensheid was, mochten zij daaraan deel hebben. Het is een dag waarop de mens moest rusten van zijn eigen werken , zoals God dat deed bij de schepping, en in de Here. Het is de dag van ’s mens hoogste doel. En wat is het hoogste doel van de mens? ’s Mens hoogste doel is God te verheerlijken en voor altijd van Zijn tegenwoordigheid te genieten.

Nu, na dit alles, na alles wat ik net heb gezegd, en het zou voor sommigen van jullie alleen maar een hoop kabaal kunnen zijn, zijn er toch nog velen die geen raad weten met de Sabbat. “Wat zijn je plannen voor deze Zondag?” Zie je hoe verward we zijn? We weten niet wat we gaan doen. En één van de dingen die bij oprechte gelovigen commotie veroorzaakt is dit: als de zevende dag zo ontzettend speciaal was, waarom houden we het dan nu op de eerste dag? Als de zevende dag een bindende, blijvende verplichting was, hoe komt het dan, dat wij nu de eerste dag van de week de Sabbat noemen? Hoewel, het is eigenlijk de Dag des Heren, maar we kunnen het de Christelijke Sabbat noemen. Nou, het is niet al te moeilijk, maar we zullen vanavond proberen op die vraag in te gaan.

En we beginnen met erop te wijzen dat wij ons wel degelijk aan een zevende dag houden. Ook al is het de eerste dag van de week, het is toch een steeds terugkerende zevende dag. En als we daarnaar kijken, onthoudt dan goed, dat ons eerste en belangrijkste argument voor de blijvende geldigheid van de Sabbat haar oudheid was, d.w.z.,  we zeggen dat de Sabbat blijft in stand omdat het bij de schepping was ingesteld, en niet op de berg Sinaï. En toen wij naar het scheppingsverhaal keken, zagen we dat God, nadat Hij alle dingen had geschapen, Hij naar alles keek wat Hij geschapen had en zei dat het goed was, en God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij op die dag uitrustte van al de werken in de schepping die Hij had gedaan. Op de zevende dag had God het werk voltooid waarmee Hij bezig was geweest. Hier staat dat God de zevende dag zegende, dat wil zeggen, dit is de zevendedags zegening. Het was niet noodzakelijk de Shabbat of de Zaterdag waarop de zegen rust. Maar het was de zevende dag die God zegende. Dus de zevende dag kan bepaald worden vanaf elk punt waarvan God zegt dat de dag moet worden bepaald. Nu viel die zevende dag in het Oude Testament op een Zaterdag. Wij houden ons nog steeds aan een Sabbatsrust omdat het bij de schepping was ingesteld op de zevende dag, en we nemen nog steeds elke zevende dag in acht. En daar we nergens vinden dat God de Shabbat zegende, maar wel de zevende dag, zeggen we dan, dat de Dag des Heren ook daarvoor kan dienen. Met andere woorden, we moeten over de Zaterdag niet zo bijgelovig doen, net zo min als wanneer we bij het Avondmaal zouden zeggen dat, omdat een bepaald soort brood en wijn voor het Avondmaal apart gezet en ingewijd wordt, al het brood en elke wijn die we nuttigen, alleen omdat het brood en wijn is, op een of andere manier (intrinsieke) waarde heeft. Dat zou heel erg lijken op bijgeloof. Nee, door de zegening en de heiliging wordt de dag heilig. Als God de zevende dag zegende en die heiligde, dan zou Hij ook de eerste dag kunnen zegenen en heiligen. Begrijpt u, dat maakt die dag heilig, het is Gods Woord dat het heilig maakt, niet iets intrinsieks in de dag zelf, wat de grote dwaling is van de Zevende Dag Adventisten. De betekenis zat ‘m niet in de dag, maar in het patroon, de zes-één cyclus, waarvan we de implicaties zullen zien.

Het zou ook  nuttig zijn op te merken dat wat de zevende dag voor God was, de eerste dag voor Adam was. God schiep Adam namelijk op de zesde dag. En Hij had al dieren geschapen, dus schiep Hij Adam aan het einde van de zesde dag. En daarom was Adams eerste dag bij volle bewustzijn de zevende dag, naar God gerekend, maar naar de mens gerekend was het de eerste dag. Derhalve ontwaakte Adam op een Sabbat. Snapt u? Dus of men het de zevende of de eerste dag noemt hangt volledig af van hoe men er naar kijkt, nietwaar?
Adam begon te tellen vanaf dag één als zijnde de zevende dag, en dat is wat wij nu doen, omdat God mens is geworden, en zo komen de twee bij elkaar.
Maar om te weten wat hier verder achter zit moeten we teruggaan naar de eeuwigheid. Dus zullen we het simpel houden. In de eeuwigheid, en je kan eigenlijk niet spreken van ‘eeuwig geleden’, omdat de eeuwigheid niet slechts een “oneindige opeenvolging van tijd” is, eeuwigheid is ook een ander soort tijd. Of beter, het is geen tijd, het is supertijd, boven de tijd, het valt niet binnen het tijdskader. Maar vóór er iets was geschapen was, was God er. God bestaat in een eeuwig verbond met zichzelf, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. God bestaat uit drie Personen, de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest, één in wezen, gelijk in macht en heerlijkheid. Van eeuwigheid af stond God in betrekking tot Zichzelf. God hield van Zichzelf. Hij was in volkomen gelukzaligheid. God vulde alles. Er bestonden geen dingen om door God vervuld te worden, maar Hij was overal op elk moment. En er bestond voor Hem geen tijd om in aanwezig te zijn, maar Hij was er. Waar? Dat weet ik niet, omdat er nog niets was geschapen, maar Hij was er. Dus God was in Zichzelf in een volkomen gezegende en tevreden toestand in een eeuwig verbond, dat wil zeggen, in een eeuwige verhouding binnen Zichzelf, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Welnu, om redenen die alleen God kent, alleen omdat Hij dat wilde, we kunnen de gedachte van God niet zover binnendringen, maar we kunnen wel uit de bijbel opmaken, dat God een verbond aanging om te scheppen. Hij ging een verbond aan in Zichzelf. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zij allen verbonden zich met elkaar om te scheppen. En aldus treffen wij bij het openslaan van het boek Genesis de instelling, de bekrachtiging van het verbond tot de schepping aan waar de Vader het Woord spreekt, dat is de Zoon, -het Woord is de Zoon- en de Geest zweeft over het oppervlak van de wateren, en zij zijn allen betrokken bij de schepping. En de zondeval lag ook in het plan van God besloten. De zondeval was niet een ongeluk waardoor God werd overrompeld toen Adam zondigde. God zei niet ‘Oh, wat moet ik nou beginnen?’ God had die zonde verordend. God had tot die zonde en die zondeval besloten opdat Jezus gezien mocht worden en dat de tweede Adam daar in de plaats zou staan toen Adam zondigde. En dit zou het verbond der verlossing zijn dat te bestemder tijd tot stand gebracht zou worden toen Jezus op aarde kwam en Hij dat aspect van het eeuwige verbond, het heilsverbond, vervulde. En dan, ten laatste, hebben wij het verbond der voltooiing - CRC. Zo onthouden we daaraan onze denominatie. (CRC staat voor de beginletters van de drie genoemde verbonden in het Engels, Creation, Redemption en Consummation, overeenkomend met de afkorting van de denominatie van de gemeente die door Steve Schlissel wordt voorgegaan, de Christian Reformed Church, JM).

Je kon zien dat het scheppingsverbond het eerste verbond in Gods plan was, vervolgens kwam het heilsverbond en toen het verbond der voltooiing. Dit is waartoe God in Zichzelf een verbond aanging voordat er iets bestond, voordat er een wereld was, voordat er een Jan Moll was, voordat er een fluit was waarop Jan kon spelen –vóór al deze dingen- had God het allemaal besloten, van begin tot eind. Over dit alles bestond overeenstemming tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, om dit tot stand te brengen.

En een deel van die verordening was de schepping, en aan het eind van de schepping zou er een rust zijn die God zou heiligen, en Hij zou deze dag afzonderen. Als we kijken naar de geboden ten aanzien van de Sabbat in het Oude Testament, vooral zoals deze in de Decaloog worden gevonden (Wat betekent Decaloog? De Tien Geboden) komen we erachter dat deze duidelijk ter nagedachtenis van de schepping zijn ingesteld. Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is een Sabbat. Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die. Het was ter nagedachtenis aan de schepping. God onderwees door de Sabbatdag. Het was gegeven tot voordeel van de mens, maar God leerde ons ook iets. De meest elementaire, fundamentele les die heden ten dage nog steeds geleerd moet worden: -(Steve Schlissel spreekt nu woorden in het Hebreeuws)- in den beginne schiep God de hemel en de aarde. Niet de onzin die vandaag in de openbare school wordt onderwezen, dat Darwin de hemel en de aarde schiep. God was het die de hemel en de aarde schiep. En als je Hem aan de kant schopt als Schepper, dan schop je Hem aan de kant als Heer en Soeverein en dat is de reden waarom zij er zo op gebrand zijn om deze specifieke leer te vervolgen. Ze willen God uit de weg ruimen zodat zij de mens als hoogste wezen kunnen opzetten. Maar dit was juist de les van de Sabbatdag van het Oude Testament, God is de Schepper, en elke dag, elke zevende dag in een week, was er een herdenking van God als Schepper. Om die reden, zei God, was het gebod in de Tien Geboden opgenomen. In zes dagen schiep Ik de hemel en de aarde, maar de zevende dag is een sabbatdag. Volg Mij in dit patroon. Gedenk de schepping, en eer Mij als de Schepper elke zevende dag.

Begrijp me goed, hiermee wil ik niet zeggen dat er geen heilsaspecten aan de sabbatdag vastzaten, want die had de sabbat wel. Op welke andere plek vinden we de Tien Geboden? Weet iemand dat? Goed. Deuteronomium 5. Drie van jullie hadden het, maar jullie waren bang om het te zeggen. In Deut.5:12 zegt God, ”Onderhoud de sabbatdag, dat gij die heiligt, zoals de HERE, uw God, u geboden heeft.” En in vers 15 geeft Hij de reden aan. “want gij zult gedenken, dat gij dienstknechten in het land Egypte geweest zijt, en dat de HERE, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke hand en met een uitgestrekte arm; daarom heeft u de HERE, uw God, geboden de sabbatdag te houden.” Dus er zat al een verlossingsaspect aan vast. Gedenk dat u nu rust heeft omdat Ik u uit de slavernij heb weggehaald. Ziet u dat? Dit is een voorafschaduwing van het heilsverbond, maar daar lag in het onderhouden van de sabbatdag niet de nadruk op. We zouden het zo kunnen stellen, dat als je de redenen zou opsommen de prioriteit hier lag bij het gedenken van de schepping. En dan ten tweede bij de  herinnering aan de verlossing,omdat God dat zei. Maar mag ik er op wijzen dat omdat de sabbatdag was ingesteld bij de schepping, het niet eerder de karakteristieken van verlossing kreeg en niet eerder ter nagedachtenis aan de verlossing kon zijn nadat God hen uit Egypte had geleid?  Daarvoor was het strikt, slechts, exclusief een scheppingsherdenking. O.K.
Nu moeten we nooit vergeten dat de schepping die herdacht werd op dat moment nog een vervloekte schepping is. Al die tijd, elke week, elke zevende dag, wanneer zij die schepping herdachten was het een vervloekte schepping, een schepping waarop Gods toorn rustte, en niet Zijn liefde. Zoals in Romeinen 8 staat (heb ik al de boeken in mijn bijbel? Oh! Heel goed.), er staat, “Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden…” De schepping is onder een juk. Paulus….(Steve Schlissel richt zich even tot iemand in de samenkomst). De schepping is onder een juk. Dat is van groot belang. Al die tijd gedurende de duizenden jaren dat de sabbatdag werd onderhouden in het Oude testament herdachten zij een vervloekte en onder een juk geplaatste schepping.

Welnu, wat gebeurde er toen Jezus kwam? Met welk doel kwam Jezus? O.k. Jezus kwam om de schepping te verlossen. Hij was de Schepper die als de tweede Adam naar de aarde kwam om voor te gaan in een nieuwe schepping, daar de eerste onder een vloek lag.

En deze nieuwe schepping zou niet vanuit het niets worden gemaakt, maar deze zou gemaakt worden van bloed, van zijn eigen bloed. Dit is de betekenis van Jezus’ verschijning op de aarde – dat Hij kwam om van zonden te verlossen, maar niet slechts die van een verdwaalde individu hier en daar, want dat is niet het doel waarnaar het verlossingsplan van God reikt.
Er staat in Kol.1 “want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken”, luister, “en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruizes, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.” Jezus kwam om de hele schepping te behouden, niet slechts u en mij. En dat betekent weer niet dat elk individu gered is ongeacht of zij geloven. Laten we wel het rechte spoor houden. Maar het houdt in dat in het eindresultaat, zoals wij bij de schepping vooruitkeken naar de verlossing, en wij nu sinds Jezus als verlosser is gekomen altijd vooruitkijken naar de vervolmaking, er een complete vervulling van Gods programma zal zijn, en dat de hemel en aarde in hun geheel zal zijn verlost, en dat zij, die niet verlost zijn, ergens buiten geworpen zullen worden. We weten niet waar. En als je geen gelovige bent heb je geen deel aan die nieuwe schepping. Je zult lijden ergens daarbuiten in de hel. En alle ongelovigen zullen daar zijn, al de honden, en de leugenaars, en de hoereerders – allen zullen buiten geworpen zijn, alle ongelovigen. Maar er zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn. Dit is wat de komst van Jezus in de wereld inhield. Dit is wat zijn werk betekende, vooral zijn werk aan het kruis, en zijn afdaling in het graf, en zijn opstanding. Dit vormt de centrale gebeurtenis van de gehele geschiedenis. Ziet u het niet, dat nu Jezus is gekomen, de schepping als het ware haar plaats moet afstaan. De schepping neemt niet langer de hoogste plaats in omdat Jezus is gekomen. Jezus heeft nu die centrale plaats ingenomen. En daarom herdenkt Gods volk niet langer simpelweg de schepping, ze herdenken Jezus de Christus en zijn verlossing. Dit is niet alleen het centrale punt in de wereldgeschiedenis, maar ook in Gods eigen verbondsprogramma. Het is het centrum van alle dingen. Aldus was er, gerekend vanaf de eerste dag der schepping, die God in zes dagen schiep, een zevende dag van rust. Hier ligt de prioriteit van “Gedenk de zevende dag” nog bij “omdat Ik de wereld schiep” en later “omdat Ik u verloste”. Maar als we dan bij Jezus aankomen, tot aan het einde der tijden, wordt het “gedenk de zevende dag omdat Ik de schepping heb verlost”. En daarin opgesloten zit de gedachte dat Hij het schiep, maar dat komt nu op de tweede plaats. Alle dingen werden door Hem en tot Hem geschapen, en nu kwam Hij om te verlossen. De historie werpt daarom vanaf dat punt de blik vooruit. Sinds de tijd dat Jezus hier kwam zijn we toekomst georiënteerd. En dat houdt in een blik naar de vervolmaking, wanneer het koninkrijk wordt overgedragen aan de Vader, en tegen die tijd zullen alle vijandige heerschappijen, overheden en machten onder zijn voeten zijn gelegd. En dan zal God alles in allen zijn, en zullen wij in de echt verbonden worden met onze geliefde. Deze vervolmaking is de rust die blijft voor het volk van God zoals Hebr.4 ons vertelt. Er blijft een rust voor het volk van God. Dat is het, de voltooiing waarnaar wij uitkijken.
Nu, zullen wij tot die tijd zonder rust zijn? Nee! Moet onze rust slechts een herdenking van de schepping zijn? Nee! Want zoals de Vader zijn werk had voltooid en op de zevende dag rustte, heeft de Zoon zijn werk voltooid. De Heer van alle leven en de Heer van de Sabbat, liggende in het graf op die fatale zevende dag. Die zaterdag, toen Hij dood was, lag de Sabbat bij Hem in het graf. De oude schepping lag in het graf bij Jezus. Het stierf met Hem, en het zou veranderd uit het graf komen. En vanaf die tijd zou de Sabbat verplaatst worden, dat wil zeggen, de betekenis van de zevende dag, naar de eerste dag, omdat op de eerste dag God zei “er zij licht”. En op deze schepping lag duisternis, duisternis vanaf de tijd dat de zonde was binnengekomen totdat Jezus kwam. Het staat geschreven dat de wereld in duisternis was, en het licht kwam in de wereld en de duisternis heeft het niet gegrepen. Maar toen Jezus uitbrak uit de banden van de dood scheen het licht. Dit was het eerste straaltje licht tot aan het licht der volle dag, zoals in Spreuken staat (4:18). Jezus’ opstanding uit de dood was licht in een duistere wereld. Het was licht voor een nieuwe dag. Paulus zegt in 2 Kor.4:6: “Want de God, die gesproken heeft: licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus.” Jezus verbrak de banden des doods, en nam die dood, die op de schepping rustte, met hem mee en bracht deze, in beginsel, tot nieuwheid des levens. Toen Hij opstond uit de dood, stond er een nieuwe Sabbat, een betere rust, een ware Dag des Heren met Hem op. Maar niet alleen de oude Sabbat ging het graf in, en kwam er nieuw uit, maar ook het Judaisme. Het Judaisme stierf met Jezus, ging het graf in, en kwam er nieuw uit. De tempeldienst stierf met Jezus, ging het graf in, en kwam er nieuw uit. Adam stierf in Jezus, en ging het graf in, en kwam er nieuw uit, een tweede Adam. Gods wet stierf met Jezus en kwam er nieuw uit, zodat onze motivatie om de wet te gehoorzamen niet langer op angst is gebaseerd, en wij niet veroordeeld worden door haar verordeningen, maar wij moeten God gehoorzamen door de impuls van de Geest, door de motivatie van de Heilige Geest in ons. Nu is er geen veroordeling meer – toen de wet stierf, stierf de veroordeling. Dat is zelfs nog beter. De veroordeling stierf toen de wet met Jezus het graf inging en er nieuw uitkwam. Eigenlijk ging alles met Jezus het graf in en kwam er nieuw uit. Alle dingen zij nieuw geworden, zei Paulus de apostel. Daarom gedenken wij de dag des Heren. Het houden van de eerste impliceerde niet de tweede, want, “omdat God schiep” hield niet automatisch “verlossing” in. Maar dat God verloste impliceert dat er een schepping was. De tweede impliceert de eerste. Het houden van de tweede geeft aan dat er een eerste was. Het hele werk van de Messias kan samengevat worden als een tweede scheppingswerk en de duisternis die over de vloed lag in het begin was een voorafschaduwing van de duisternis die over de aarde kwam op Goede Vrijdag.

Nu kan er geen tweede geboorte, geen tweede schepping bestaan tenzij er een eerste was. Als wij datgene naleven, wat wij openlijk vieren als een nieuwe schepping, verklaren wij daarmee dat wij de eerste (schepping) erkennen en eerbiedigen. De dag des Heren is de eerste dag van de week, een dag die niet de eerste dag van de week zou heten als er niet reeds een zevendaagse week bestond ter nagedachtenis aan de oorspronkelijke schepping. Het is de eerste dag van de week. Welke week? De week die God schiep. En dus, daarom, als Christenen de dag des Heren in acht nemen houden zij zich tevens aan de oude Sabbat. Zij houden zich aan beide, net zoals je onder de genade tevens de wet hebt, maar je onder de wet mogelijk geen genade hebt. Al deze dingen werden in het graf meegenomen, gereinigd, gezuiverd, aan een nieuwe bedeling aangepast en verrijzend uit het graf opnieuw samengesteld om met kracht te bewegen, te bewegen naar de vervolmaking, terwijl de Grote Opdracht die God ons heeft gegeven wordt vervuld. En wij gaan voort in die opstandingskracht. Paulus zei, “ik bidt….voor verlichte ogen uws harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.” Een nieuwe schepping.

Dit is wat het in acht nemen van de dag des Heren inhoudt. De gemeenschap met de opgestane Verlosser is de borg van de Gemeente, de zekerheid van de Gemeente en hieruit vloeit de moed en kracht van de Kerk voort. Laat mij een krachtig Christen zien en ik laat je één zien die leeft in gemeenschap met Jezus. Daarom vinden we de woorden in Joh.20 zo belangrijk. Kijk in Johannes 20 alstublieft. Jezus was gestorven. Hij was begraven. En in vers 19 staat “Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u! En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Here zagen.”
Ik kan niet anders dan geloven dat, als er ooit een vervulling was, dit de vervulling is van Sefanja 3:17. In Sefanja 3:17 zegt de profeet “De HERE, uw God, is in uw midden, een held , die verlost.” En in Johannes 20 staat er “kwam Jezus en stond in hun midden”. En in de NAS vertaling (New American Standard) staat er “Hij is een overwinnende krijger”. Is de Here ooit  een meer verlossende held geweest dan toen Hij uit de dood opstond op die eerste dag? “Hij zal zich over u met vreugde verblijden.” En dan moet je eens horen wat er staat in de Masoretische vertaling, de Engelse vertaling van de Joodse Schrift, “Hij zal rusten in Zijn liefde. Hij zal zich over u met gezang verblijden.” Vergelijk dat met Joh.20, op de avond van de eerste dag der week komt de Here binnen waar de discipelen zijn, en Hij staat in hun midden, en zegt “Shalom malachem”, vrede zij u. Vrede zij u. Wat was het dat die eerste dag heiligde, die Sabbatdag, vanaf de schepping tot aan Sinai, en vervolgens tot aan Jezus? Het was de gemeenschap met God, een leven in nauwe verbondenheid met God. En nu Jezus uit de dood verrees en een nieuwe schepping meenam, bracht Hij tevens een nieuwe dag met zich mee. Jazeker! Want Hij verrees op de eerste dag van de week en sprak een zegebede over hen uit. Hij zegende hen, en omdat Hij hen zegende, heiligde Hij die dag dus, want Hij zei, dit is de dag dat Ik gemeenschap met u heb, de eerste dag der week, een nieuw begin, Ik zal u met kracht bekleden, terwijl u naar de vervolmaking uitkijkt. Wacht even. Hij staat in hun midden. Niet zoals in de tijd van Adam en Eva in Gen.3 toen God hen kwam bezoeken en zij met angst vervuld waren toen God tegen hen zei: Wat heeft u daar gedaan? Vervloekt zij die-en-die vanwege u. Vervloekt zij zus-en-zo vanwege u. Maar nu, terwijl de discipelen met angst vervuld zijn, komt Jezus bij hen en zegt “Vrede zij u”. Vrede zij u. Shalom Malachem. Shalom Malachem. Shalom Malachem. En kijk eens wat Hij in vers 21 doet. “Jezus dan zeide nogmaals tot hen: Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.” Dit is de boodschap en het thema van de dag des Heren. Het is geen last, het is vrede. Het is vrede van God die alle verstand te boven gaat. Het is een triomfantelijke vreugde in de opstanding. In vers 22 leren we dat het op de dag des Heren was dat Hij op hen blaasde en zei “Ontvangt de Heilige Geest.” Het was op de dag des Heren dat zij werden bekleed met macht en werden toegerust om Zijn Kerk, Zijn Lichaam te zijn en Zijn opdracht in de wereld te vervullen. Gedurende de hele week was Hij weer weg van Zijn discipelen. Vanaf die opstandingsdag tot aan de volgende zagen zij Hem niet. Maar kijk in vers 26. “En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Tomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei: Vrede zij u!” Alweer, op de volgende Zondag. “En Hij zei: ‘Shalom Malachem’, vrede zij u. Waarom wil Johannes ons daar zo nadrukkelijk op wijzen – het was op de eerste dag der week, op de eerste dag der week – als de eerste dag van de week nu geen betekenis heeft? Het was wederom op de eerste dag van de week dat Hij in hun midden verscheen en dat Hij wederom vrede verkondigde. Het was op de eerste dag der week dat Hij zijn littekenen liet zien aan de ongelovige, die echter evenwel een van Zijn geliefden was. En het was op de eerste dag van de week, hier in vers 28, dat Tomas hem aanbad en zei “Mijn Here en mijn God”. Jezus ontving op de eerste dag der week zulke aanbidding. En wat later in dat jaar was het op de Pinksterdag, op een zondag, op de eerste dag van de week dat de volgers van de Messias allemaal samengekomen waren op een plaats, alsof het al hun eigen Sabbatdag was. De Heilige Geest viel op hen als nooit tevoren, op de eerste dag van de week.
In Handelingen 20:6-7 zien we dat het voor de gelovigen al een gevestigde gewoonte was om op de eerste dag van de week samen te komen. “Maar wij voeren na de dagen der ongezuurde broden van Filippi af en kwamen binnen vijf dagen bij hen te Troas aan, waar wij zeven dagen doorbrachten. Maar op de eerste dag der week waren wij samengekomen om brood te breken.” Hand.20:6-7, “En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken, hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernacht.” Waarom wachtte Paulus tot de eerste dag van de week vlak voordat hij vertrok? Waarom kwam hij niet daarvoor met hen samen? Omdat het hun gewoonte was om op de eerste dag van de week samen te komen en dit staat in de bijbel, niet in de kerkvaders. Het leidt geen twijfel dat wat Lukas hier beschrijft reeds een bekende en geaccepteerde gewoonte van Christenen was. In de interlineaire vertaling staat er “En als wij op de eerste dag van de week samengekomen waren om brood te breken,”enz.
In I Kor.16 geeft Paulus instructies aan de mensen, de gelovigen te Korinthe, “..doet ook gij, evenals ik het in de gemeenten van Galatie geregeld heb: elke eerste dag der week legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg, en hij spare dit op, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen moeten gehouden worden.” Paulus beveelt geld opzij te leggen voor de armen (waarschijnlijk werd dit thuis gedaan, maar dat maakt niet uit) bij wijze van religieuze taak. Waarom zouden zij dat doen op de eerste dag van de week? Omdat het iets religieus was.
In Op.1:10 zegt Johannes, de apostel die erbij was toen Jezus de Heilige Geest op hen blies, Op.1:10 zegt, “Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin,”. Ik was in de Geest op de dag des Heren. Op het moment dat Johannes het boek Openbaring schreef was het inmiddels al een gewoonte, en het kreeg een nieuwe naam, de dag des Heren. De enige andere plek in het Nieuwe Testament waar je het woord vindt dat hier met “des Heren” is vertaald, is I Kor.11:20 waar het wordt gebruikt voor de maaltijd des Heren – de maaltijd des Heren en de dag des Heren. Als nu die heilige maaltijd zo wordt genoemd vanwege het feit dat deze was ingesteld door de Here en Hij er zijn zegen over uitsprak, dan is ook de Zondag een heilige dag omdat deze was ingesteld door en gezegend met de tegenwoordigheid van de Here. Het is op de Zondag dat Jezus Christus met zijn gehele volk samenkomt, zoals door hem was bepaald en waarvoor Hij zelf het patroon aangaf. Dat betekent niet dat Hij niet met ons kan samenkomen op een Woensdag, maar het houdt in dat Hij heeft bepaald dat voor iedereen die ene dag in de zeven de Zondag is, de eerste dag van de week.

De dag des Heren is al 19,5 eeuwen de dag dat Jezus in ons midden komt door middel van zijn Woord, zijn sacramenten en zijn kracht. Gelijk Paulus aan de Korinthiers zei, “Wanneer wij vergaderd zijn, gij en mijn geest met de kracht van onze Here Jezus”, op de eerste dag van de week geloof ik, een dag waarop Hij wordt geprezen als onze zegevierende strijder, een dag waarop Hij met vreugde over ons juicht, een dag waarop wij rusten in zijn liefde, een dag waarop Hij zich over ons verheugd als wij tot Hem zingen “Hoe heerlijk is de dag des Heren! Hoe geweldig is de dag des Heren!” Vanwege haar Here, niet vanwege de dag.

Nadat we hebben gezien wat het allemaal betekent kijkt u dan niet uit naar die dag? Moet iemand u soms dreigen om de dag des Heren in acht te nemen? Waarom, ik kan bijna niet wachten. Ik zou wensen dat het de hele week Zondag was! Indien u door de Geest Gods geleid wordt hoeft u beslist niet geïntimideerd te worden om die dag apart te zetten voor God. Want zij die door de Geest geleid worden houden zich afzijdig van het vervullen van hun eigen genoegens op Zijn heilige dag. Zij vinden de Sabbat een waar genoegen. Voor hen is de heilige dag van de Heer eervol en dus respecteren zij die dag, terwijl zij ophouden met hun eigen gang te gaan, hun eigen genot na te jagen, hun zoeken naar uitwegen om zich er van af te maken of hun eigen woorden te spreken. Nee, op de dag des Heren raken wij in vervoering van de Here. We begeven ons op de hoogten der aarde, God geeft ons het hemelse manna in gemeenschap met Hem, en we zijn in de rust. Wij zijn in de rust in Hem, onze Overwinnaar, onze Veroveraar, onze Verlosser, onze Koning. Jazeker, de Sabbatdag is een blijvende morele verplichting, maar het is een bron van vreugde om tot die dag verplicht te zijn.

Vertaald door J.W. Meijer te Amsterdam/Almere en gereedgekomen op zaterdag 17 september 2005.

Back to Top

Navigation Key

 Return to topics
 Return to articles